Cliëntgerichte Psychotherapie

Zelfontplooiing 

Een belangrijk uitgangspunt van cliëntgerichte psychotherapie is dat psychisch welzijn samenhangt met de mogelijkheid om, binnen de gegevenheid van ons leven, ons zelf te zijn en ons verder als mens te ontwikkelen.

In een omgeving die voldoende veiligheid biedt, kan men zich het beste ontplooien.

Door een onveilige buiten- en/of binnenwereld kan deze ontwikkeling stagneren en kunnen klachten ontstaan.

Je voelt je bijvoorbeeld somber, gespannen of je hebt het gevoel vast te lopen.

 

Gedachten en gevoelens 

 

Het zicht krijgen op deze persoonlijke problemen gaat beter wanneer iemand in contact is met zichzelf, met zijn eigen innerlijk, dus niet alleen met zijn gedachten maar ook vooral met zijn gevoelens.

Door in gesprek te komen over deze gevoelens en gedachten, kan je je problemen onderzoeken en ontdekken hoe je hierin verder kan komen.

 

De houding van de psychotherapeut 

 

De grondgedachte van de cliëntgerichte psychotherapeut is dat de houding van de therapeut van essentieel belang is.

Deze houding bestaat uit drie elementen :

  • empathie
  • acceptatie
  • echtheid

Dat wil zeggen dat de psychotherapeut zich zo goed mogelijk in de cliënt inleeft, de cliënt accepteert zoals hij/zij is. De therapeut is niet veroordelend en helpt de cliënt zichzelf niet te veroordelen en blijft als therapeut in contact met zijn eigen gevoelens.

Deze basishouding zorgt voor een veilig klimaat, waarin de cliënt zich verder kan ontwikkelen.

 

De persoon als geheel 

Een cliëntgerichte therapie is persoonsgericht.

Dat wil zeggen dat de therapeut niet je psychische 'stoornis' als uitgangspunt neemt, maar je aanspreekt als persoon en met je onderzoekt hoe het komt dat je met je specifieke voorgeschiedenis en eigen toekomstverwachting op dit moment klachten hebt.

Het gaat er hierbij niet zozeer om hoe de psychotherapeut je problemen ziet, maar vooral om de betekenis die ze voor jezelf hebben.